Eigengereid magazine · voeding · opvoeding · gezondheid · rasgids Geen fokker: geen puppies te koop
Cane Corso Fokker.nl Het Cane Corso-magazine zonder opdrachtgever
Gids

MDR1-mutatie bij de hond: medicijnen en risico's

Wat is de MDR1-mutatie, welke rassen lopen risico en hoe voorkom je medicijnvergiftiging? Uitleg over testen, medicijnen en overleg met de dierenarts.

De MDR1-mutatie is een erfelijke afwijking in het gen dat de bloed-hersenbarrière regelt. Honden met deze mutatie kunnen bepaalde medicijnen, zoals ivermectine en enkele andere veelgebruikte middelen, niet goed uit de hersenen verwijderen. Daardoor kan een normale dosis bij hen leiden tot ernstige vergiftigingsverschijnselen, van trillen en speekselen tot toevallen en in het ernstigste geval overlijden.

Een houten tafel bij een raam met zacht daglicht, waarop een uitgeprint DNA-testformulier, een buisje met wattenstaafje en een leesbril naast een hondenriem liggen.
MDR1-mutatie bij de hond: medicijnen en risico's

Wat doet het MDR1-gen precies?

Het MDR1-gen (ook wel ABCB1 genoemd) bevat de code voor een eiwit dat P-glycoproteïne heet. Dit eiwit zit in de celmembranen van onder andere de darmwand, de nieren en de bloedvaten in de hersenen. Het werkt als een pomp: het herkent lichaamsvreemde stoffen en duwt ze terug de darm of het bloed in, zodat ze niet in de hersenen ophopen.

Bij een hond zonder de mutatie functioneert die pomp normaal. Bij een hond met de MDR1-mutatie is de pomp verzwakt of afwezig. Medicijnen die normaal door P-glycoproteïne worden tegengehouden, kunnen dan ongehinderd de hersenen binnenkomen. De concentratie in het centrale zenuwstelsel loopt op tot toxische niveaus.

De mutatie is autosomaal recessief. Dat betekent dat een hond alleen het volledige risico loopt als hij van beide ouders de mutatie erft. Een hond met één kopie is drager: hij wordt zelf meestal niet ziek van standaarddoseringen, maar kan de mutatie wel doorgeven aan zijn nakomelingen. Fokkers kunnen dit laten testen voordat zij een dekking plannen.

Voor eigenaren van een getroffen ras is het belangrijk om te weten welke stoffen gevaarlijk zijn en hoe je daar in de praktijk mee omgaat. Een Nederlandstalige samenvatting van de medische achtergrond vind je bij MDR1 Gene Guide, een Engelstalige gids over de MDR1-mutatie en de preventie van medicijnongevallen.

Welke rassen lopen risico op de MDR1-mutatie?

De mutatie komt vooral voor bij honden die tot de herdershonden worden gerekend. De bekendste voorbeelden zijn de Collie, de Border Collie, de Australian Shepherd, de Duitse Herder, de Shetland Sheepdog en de Witte Zwitserse Herder. Ook bij enkele windhondenrassen en bij sommige kruisingen met deze rassen wordt de mutatie aangetroffen.

Binnen een ras kan de frequentie sterk verschillen per lijn en per land. Bij de Collie en de Australian Shepherd ligt het percentage dragers in sommige populaties hoog, terwijl bij de Duitse Herder de mutatie minder vaak voorkomt. Een ras dat niet op de lijst staat, is niet automatisch vrij: kruisingen kunnen de mutatie ook erven, en bij een deel van de rashonden is de status nooit getest.

Voor de Cane Corso is de mutatie niet kenmerkend, maar dat betekent niet dat een eigenaar nooit een test hoeft te overwegen. Wie een pup koopt waarvan de ouders niet getest zijn, doet er goed aan om de afstamming na te vragen. Bij twijfel kan een DNA-test via een laboratorium uitsluitsel geven over de status van de hond: vrij, drager of lijder.

Welke medicijnen zijn gevaarlijk bij een MDR1-mutatie?

De bekendste groep zijn de avermectines, waartoe ivermectine behoort. Ivermectine zit in sommige ontwormingsmiddelen en in middelen tegen schurft. Bij een hond met de mutatie kan een normale dosis al neurologische klachten geven. Daarom kiezen dierenartsen bij risicorassen vaak voor een alternatief ontwormingsmiddel of voor een sterk verlaagde dosis onder controle.

Daarnaast zijn er andere stoffen die via P-glycoproteïne worden verwerkt. Voorbeelden zijn bepaalde middelen tegen diarree (loperamide), sommige chemotherapeutica, bepaalde anti-epileptica en enkele kalmerende middelen die bij anesthesie worden gebruikt. Ook de preventie tegen hartworm, vlooien en teken kan een aandachtspunt zijn: niet elk middel is geschikt voor een hond met de mutatie.

Het is niet nodig om elk medicijn te wantrouwen. Veel pijnstillers, antibiotica en vaccins zijn veilig. Het gaat om een beperkte groep stoffen waarbij de verwerking afhankelijk is van het P-glycoproteïne. Een dierenarts kan per middel nagaan of het risico bestaat en zo nodig een alternatief kiezen.

Hoe herken je een vergiftiging en wat doe je dan?

De eerste verschijnselen treden vaak binnen enkele uren na toediening op. Denk aan kwijlen, braken, verwijde pupillen, trillen, wankelen, lusteloosheid en verwardheid. In ernstiger gevallen treden spiertrekkingen, toevallen en bewustzijnsverlies op. Soms zijn de klachten mild en gaan ze vanzelf over, maar dat is vooraf niet te voorspellen.

Bij vermoeden van een vergiftiging is snel handelen belangrijk. Neem contact op met de dierenarts of de dierenkliniek en meld welk middel, welke dosis en welk tijdstip het gaat. Bewaar de verpakking of noteer de naam van het geneesmiddel. Geef de hond niet zelf iets om te braken zonder overleg, en wacht niet af als de klachten verergeren.

Een dierenarts kan de hond ondersteunen met vocht, medicatie tegen de symptomen en in ernstige gevallen opname in de kliniek. Hoe eerder de behandeling start, hoe beter de kans op herstel. Bij een hond die bekend is met de mutatie hoort de status in het medisch dossier te staan, zodat elke behandelaar hiermee rekening kan houden.

Hoe vraag je een MDR1-test aan?

Een test is eenvoudig: via een wangswab of een buisje bloed wordt DNA verzameld en naar een laboratorium gestuurd. De uitslag volgt meestal binnen enkele weken. Er zijn commerciële laboratoria die de test aanbieden, en sommige rasverenigingen organiseren gezamenlijke testdagen. De kosten liggen per laboratorium verschillend, vaak in de orde van enkele tientallen euro's.

De uitslag kent drie uitkomsten. Vrij betekent dat de hond geen mutatie heeft en deze ook niet doorgeeft. Drager betekent dat de hond één kopie heeft: zelf meestal geen klachten bij normale doseringen, maar hij kan de mutatie doorgeven aan de helft van zijn nakomelingen. Lijder betekent dat de hond twee kopieën heeft en dat medicijnen met een risico vermeden moeten worden.

Voor fokkers is de uitslag een hulpmiddel bij de combinatie van ouderdieren. Twee dragers aan elkaar paren geeft een kans op lijders in het nest. Een drager kan worden gecombineerd met een vrije hond, waardoor geen lijders ontstaan. Een dierenarts of fokbegeleider kan helpen bij het interpreteren van de uitslag en het maken van een verantwoorde keuze.

Wat betekent dit in de dagelijkse zorg?

Een hond met de mutatie kan een normaal leven leiden. De belangrijkste maatregel is dat iedereen die met de hond te maken heeft, weet welke status hij heeft. Dat geldt voor de eigen dierenarts, maar ook voor een vervangende arts, een pension of een oppas. Een duidelijk briefje in het medisch paspoort of een notitie in het dossier voorkomt dat een risicovol middel per ongeluk wordt voorgeschreven.

Bij de keuze van ontwormingsmiddelen, vlooien- en tekenmiddelen en hartwormpreventie is overleg met de dierenarts verstandig. Vraag naar de werkzame stof en niet alleen naar de merknaam. Sommige middelen zijn veilig, andere niet. Een dierenarts kan een passend schema opstellen dat rekening houdt met de mutatie en met de leefomstandigheden van de hond.

Ook bij een operatie of een behandeling met chemotherapie is het goed om de status vooraf te melden. Anesthesie kan worden aangepast en sommige pijnstillers kunnen worden vervangen. Zo blijft de zorg veilig en voorkom je onnodige risico's. Wie de mutatie kent, kan er gericht mee omgaan, en dat is uiteindelijk de beste bescherming voor de hond.